maandag 30 mei 2011

Samenwerking Netwijs en Pabo

Laatst sprak ik iemand die drie jaar geleden afgestudeerd is op een Pabo. Het gesprek kwam o.a. op digiborden. Bij mijn vraag wat er op zijn Pabo gedaan is aan de inzet van digitale schoolborden, antwoordde hij: "Niets".
Zonder te willen beweren dat dit exemplarisch is voor de Pabo's in Nederland, is er toch wel een trend geweest waarbij Pabo's wat achterliepen op dit gebied. Waar digiborden grootscheeps zijn aangeschaft op de basisscholen, bleef de begeleiding van pabostudenten bij de didactische inzet van dit hulpmiddel wat achter.

Inmiddels is er veel veranderd. Zo zagen docenten van de Gereformeerde Pabo in Zwolle, onderdeel van de Gereformeerde Hogeschool Zwolle, in dat er iets moest gebeuren in de begeleiding van hun studenten. De laatstsen worden op hun stagescholen immers bijna dagelijks geconfronteerd met digiborden.
Deze docenten kwamen in contact met Netwijs, de afdeling onderwijs van Station to Station. Na enige gesprekken werd besloten dat Netwijs een lessenserie zou ontwikkelen, welke daarna door de docenten aan hun studenten zou worden gegeven.

In deze lessenserie moest ruimte zijn voor het ontwikkelen van persoonlijke vaardigheden (de knoppen), maar vooral voor didactisch inzicht: wanneer heeft het digitale schoolbord meerwaarde ten opzichte van het krijtjesbord, hoe zorg je ervoor dat leerlingen meer betrokken worden bij de instructie, hoe profiteer je in dit kader optimaal van de mogelijkheden van de software en van toepassingen op internet en last but not least: welke decentrale rol kan het digibord hebben. Met dit laatste wordt bedoeld dat het digibord ook een hulpmiddel kan zijn bij extra instructie aan kleine groepen (verlengde instructie), bij vormen van samenwerken en ook in het werken in circuitvorm.

In deze lessenserie kwamen bovengenoemde aspecten aan de orde. Een van de belangrijke uitgangspunten tijdens het geven van de lessen door de docenten was het feit dat de studenten moesten samenwerken (o.a. in de vorm van coöperatief leren)en  elkaars lessen moesten beoordelen op basis van gehanteerde criteria.
De basis van dit lestraject is gelegd door Netwijs. Na overleg met de docenten van de Pabo heeft er 'fine-tuning' plaatsgevonden.

De eindopdracht bestond uit het maken van een digibordles per student (bij voorkeur aansluitend bij het curriculum van de stageschool) met de volgende vereisten:
* De les is voorzien van een (titel)pagina waarop de les gedocumenteerd is.
* De les bevat aanwijzingen voor gebruik door derden.
* De hoeveelheid tekst en het niveau van de tekst is op het niveau van de leerlingen.
* Er is gebruik gemaakt van beeldmateriaal (foto’s, afbeeldingen, video).
* Het is interactief element opgenomen in de les,(ordenen, categoriseren, onthullen)
* Het lettertype is zodanig, dat deze ook achterin de klas goed zichtbaar is.
* Het bordgebruik verhoogt de betrokkenheid door stimulering van zintuigen.
* De les stimuleert tot interactie waarbij het bord een rol speelt.
* De les bevat een onderdeel waarbij het bord een decentrale rol heeft.

Deze lessen zouden vervolgens door Netwijs beoordeeld worden aan de hand van de criteria. Bij voldoende resultaat ontvingen de studenten een Netwijs certificaat plus beoordeling.

Inmiddels is de lessenserie op de Gereformeerde Pabo Zwolle achter de rug, de 17 studenten hebben hun eindproduct gemaakt en Netwijs heeft ze beoordeeld. Alle studenten hebben het certificaat behaald. Daarmee hebben ze voldoende aangetoond welke meerwaarde het digibord in de klas kan hebben ten opzichte van het gebruik dat er tot nu toe nog veel van wordt gemaakt (schrijven en internet kijken).

Opvallend is de enorme creativiteit en enthousiasme die de (tweedejaar) studenten aan de dag leggen. De onderwerpen varieerden van 'geluiden in het verkeer' tot 'kunst' tot 'leesles' tot 'geografie' tot 'letters van het alfabet in het Engels'.

Heel bijzonder is ook het gegeven dat de studenten dit traject geheel op vrijwillige basis hebben gevolgd. Er worden op de Gereformeerde Pabo Zwolle op dit moment nog geen studiepunten voor gegeven. Alle lof dus voor de studenten!

Deze lessenserie was een pilot voor de Pabo. Men gaat proberen dit tot een vast onderdeel te maken in het lesprogramma, waarvoor op termijn ook studiepunten kunnen worden gehaald.

Het hele traject is door beiden (de Pabo en Netwijs) als bijzonder positief ervaren.

woensdag 2 maart 2011

Biografie maken met Publisher

Publisher is een standaardprogramma van Windows Office naast PowerPoint, Excel en Word. Toch is het een beetje een ondergeschoven kindje, want het wordt niet of nauwelijks gebruikt in het onderwijs.
Eigenlijk wel jammer, want het heeft een aantal goede mogelijkheden. Zo kun je uit een groot aantal ontwerpen (sjablonen) kiezen: posters, folders, nieuwsbrieven, kaartjes en meer. Dit zijn prima ontwerpen om in te zetten in het onderwijs. Denk aan het schrijven van brieven, het ontwerpen van een reclamefolder, het maken van een poster.

Voor kinderen zal het veel meer aanspreken wanneer ze tijdens het maken al een idee krijgen van hoe het er uit gaat zien, wanneer ze zelf mee mogen bepalen hoe de layout er uit gaan zien en wanneer het uiteindelijke werk afgedrukt mag worden (en misschien ook echt verstuurd of opgehangen?)

Op deze plaats ziet u een lesvoorbeeld over het gebruik van Publisher. Het gaat hier om het maken van een biografie van een persoon in de vorm van een 'tentkaart'. Indien het eindproduct afgedrukt wordt en gevouwen, lijkt het op een tent.

Voor leerkrachten betekent het niet veel voorbereiding en de lesmaterialen zijn zodanig gemaakt, dat ze zonder enige aanpassing hergebruikt kunnen worden ten behoeve van de biografie van een ander persoon. Het Publisher bestand is dan ook gemaakt in de vorm van een sjabloon. Deze tijdsbesparing is natuurlijk heel erg welkom in onderwijsland. Het draagt bij aan de drie G's van ICT: Gemak, Gewin en Genot.
-Gemak omdat je niets steeds opnieuw het wiel hoeft uit te vinden.
-Gewin omdat je een nieuwe, uitdagende en activerende werkvorm hebt gevonden.
-Genot omdat je zult merken dat de leerlingen het leuk zullen vinden. En als zij genieten, geniet de leerkracht ook.

maandag 1 maart 2010

Websites maken met leerlingen

Gezien op het internet: een website gemaakt door een leerling van groep 8, die de volgende informatie over ‘De Boxer’ publiceert.

De boxer is een hond en behoort tot de dogachtigen.
De Boxer is verwant met de vele rassen die zich ontwikkelden uit de Molossian Hound, een oud-griekse waak-, vecht- en herdershond. Van Griekenland naar Rome en zo verder in Europa. In Duitsland werd deze Molossian Hond, de Bullenbeisser, een zeer moedige dog die ingezet werd voor de jacht op everzwijn en beren. En tevens tijdens stierengevechten. De Bullenbeisser evolueerde naar twee types van ras, bekend als Danzigers en Brabanters genaamd naar de regio van afkomst. De Brabanters waren de kleinste van de twee; en de boxer komt uit deze tak van de familiestamboom.
Zo rond 1890 is men in Zuid-Duitsland (München) begonnen met een uitgewerkt plan voor het fokken van de boxer. Het doel daarbij was een hond te fokken die goed kon springen, zeer snel was, een groot uithoudingsvermogen had en zowel moest kunnen verdedigen als aanvallen zoals een Mastiff. In 1895 werd in München de eerste Boxer Club opgericht en in 1904 hielden zij hun eerste tentoonstelling.


Kritisch kijkend naar deze informatie, valt direct op dat deze tekst simpelweg gekopieerd en geplakt is. Het is in ieder geval geen weergave in ‘eigen woorden’.
De vraag is natuurlijk wat de meerwaarde van het maken van een dergelijke website is.
Wat leert een leerling hiermee? Ja, natuurlijk, hoe je een website maakt (in dit voorbeeld gemaakt met de Websitemaker van Kennisnet). Maar het maken van een website is slechts een instrument, een tool dat een hoger doel dient. Dat hogere doel is het zoeken, selecteren, ordenen en presenteren van informatie. Met andere woorden: de leerling moet er ook inhoudelijk van leren. Bij de uitvoering zoals in het getoonde voorbeeld is dat duidelijk niet gelukt.
Het stellen van doelen is absoluut noodzakelijk. Wat wil de leerkracht ermee bereiken?
Dient het de onderwijsdoelen in het lesprogramma? Vervangt het delen van de methode?

Dat moet eerst helder worden. Vervolgens moet de leerling begeleid worden om dat doel te bereiken. Hoe jonger de leerling, des te meer er gestuurd moet worden. Naarmate leerlingen meer ervaring hebben opgedaan met dit soort werkvormen, des te minder begeleiding er van de leerkracht nodig is en des te meer eigen inbreng de leerling zelf krijgt in zijn leerproces. Ook hier kan sprake zijn van een leerlijn.

De structuur van een website kan hier een belangrijke rol spelen. Nemen we het voorbeeld van de boxer in ogenschouw, dan is het vertrekpunt in de klas wellicht het maken van een mindmap. (Klik hier voor enkele programma's)Hierbij wordt het thema ‘de boxer’ centraal gesteld en worden vragen gesteld: ‘Wat weet je al van de boxer’ en ‘Wat zou je er nog meer van willen weten’. Eerst worden trefwoorden genoteerd. Via mindmapping worden deze geordend (bijvoorbeeld alle trefwoorden betreffende voedsel, voortplanting, verzorging bij elkaar).
Dit brainstormen kan natuurlijk aanleiding zijn om ook meer algemene vragen over honden te stellen. Vervolgens worden er per groep trefwoorden één of meer onderzoeksvragen geformuleerd.
De leerkracht kan nu zelf een website opzetten waarin de structuur van de mindmap is verwerkt.




Het uitgewerkte voorbeeld (met Jouw Web)kunt je hier bekijken.

De vragen staan op elke afzonderlijke pagina.

Vervolgens kan het speurwerk beginnen. De vragen kunnen verdeeld worden over (groepjes) leerlingen. Niet de hele klas hoeft eraan te werken. dat kan ook meestal niet gezien het beperkt aantal werkplekken. Voor het volgende thema komen weer andere leerlingen aan de beurt. Het speuren hoeft natuurlijk niet per sé op het internet plaats te vinden. Vaak biedt de schoolbibliotheek ook een schat aan informatie. Bij dit onderwerp kunnen ze natuurlijk ook buiten schooltijd experts interviewen (de dierenarts?)

Leerlingen kunnen de bronnen opzoeken en vermelden (ook op de website!)
Vervolgens gaan ze eerst alleen de tekst invoeren (in eigen bewoordingen!) op hun pagina op de website. Ze hebben nu sturing doordat ze weten welk deelonderwerp ze gaan doen en welke vragen ze gaan beantwoorden. Het is een afgebakend geheel, geeft duidelijkheid en ze verzanden niet in allerlei randverschijnselen.
De leerkracht controleert de geproduceerde teksten. Pas na zijn goedkeuring mogen de leerlingen de website opfleuren met afbeeldingen.

Leerlingen met meer informatievaardigheden kunnen op den duur als groep tot dezelfde stappen komen als hierboven omschreven, waarbij ze zelf gaan mindmappen en de onderzoeksvragen stellen. Zij kunnen dan ook zelf de structuur van de website opzetten. Leerlingen met een beginnende informatievaardigheid laat je slechts één klein deelonderwerp uitwerken. Er is zo een hele opbouw mogelijk als leerlijn.

Kort gezegd, is het maken van een website met leerlingen – als je dat doelbewust en gericht wilt doen – meer dan een leuk tussendoortje.

vrijdag 7 augustus 2009

Intro


Dag,

Dit is mijn persoonlijke blog